“Gisteren zijn mijn vrouw en ik geëvacueerd. De rook was overal, de brand kwam steeds dichterbij.” Aan het woord is Kasim Muminovic (55), inwoner van de Duitse grensstad Monschau. We staan tussen de bijna tastbare rookwolken en glooiende hellingen aan de oostelijke rand van de brandende Hoge Venen. “Ik kom nu even mijn kat te eten geven, daarna gaan we terug naar het opvangcentrum in Malmedy. Natuurlijk heb ik schrik van de brand en de rook. Wie ontkent dat hij bang is, liegt.”

Zondagavond moesten de bewoners van de gehuchten Ruitzhof en Geisberg in allerijl evacueren. Ze kregen tien minuten. Het zwaartepunt van de brand heeft zich verlegd richting de oostelijke flank van het natuurgebied. Monschau was de derde plek waar moest worden overgegaan tot evacuatie sinds de veenbrand vrijdag uitbrak.

Drie dagen later is van opluchting of ademhalen nog geen sprake. Al ruim 3.000 hectare ging in rook op, vergelijkbaar met de oppervlakte van Brussel. De brand is bovendien nog niet onder controle. Maandag stellen we vast dat smeulende vlaktes weer opflakkerden en dat er onvoldoende middelen zijn om de vlammen te lijf te gaan. Ook de regen heeft geen soelaas gebracht, en de aangekondigde wind dinsdag doet de kaken op elkaar klemmen. De streek gaat maandagavond opnieuw met een zwaar hart de nacht in.

Maandagmorgen is Monschau in een bijna surreële stilte gehuld. De rookwolken waden door de heuvels. Tientallen brandweerlieden zijn geruisloos aan het werk. Twee Duitse mannen met het opschrift ‘FEUERWEHR’ pompen water uit de beek en hebben aan een knikje verder niets toe te voegen. Verderop zit een team brandblussers onder een tentzeil te schuilen voor de miezerregen, eveneens in stilte, terwijl ze water uit een knalrood bassin richting de brandweerwagen pompen. De ontruimde huizen met vaak mooie tuinen lijken nog maar net achtergelaten. Een bewoner vergat het licht in de living uit te doen. Maar niemand is thuis.

Nicolas Yernaux, de woordvoerder van het Waals Gewest, zei maandag op het dorpsplein van Sourbrodt, waar een crisiscentrum werd opgetrokken, dat de brand nog lang niet onder controle is. “Op plekken waar de brandweer aanwezig is, is het gelukt om het vuur in te dammen. Maar waar geen manschappen aanwezig zijn, kan het nog steeds gestaag oprukken, voornamelijk richting Monschau.”

Terug in Monschau zijn de straten stil. De inwoners die we aantreffen, zijn onder de indruk. “Gisteravond is het hier zo snel veranderd”, zegt een man. Hij wil niet met zijn naam in de krant, omdat hij weigerde te evacueren. “Eerst leek het op te klaren. De rook was geweken. Maar ineens waren er overal helikopters en brandweerwagens die aan en af reden. De lucht was geel en rokerig.” Hij wil niet weg, omdat hij meerdere honden en katten heeft. “Maar ik heb wel al mijn koffer gemaakt. De seconde dat ik een vlam zie, ben ik weg.”

Naast hem staat zijn buurvrouw Anja Hass (60). Ook zij wil voorlopig blijven, vanwege haar hond Rocki. Het dier snuffelt aan onze modderige schoenen. “Ik woon hier al twintig jaar, normaal is het een heel fijne streek – laat ons hopen dat al deze heisa snel voorbij is.”

De koning heeft maandag zijn verlof onderbroken om naar Sourbrodt te komen en de hulpverleners te spreken. Als hij aan het kleine kerkje van de gemeente uit de brandweerwagen stapt, kijken bewoners met ingehouden adem toe. De zenuwachtigheid is gemeentes verderop al voelbaar. Aan een straat die vanwege de brand gebarricadeerd is, vraagt een vrijwilliger of le roi al gearriveerd is in Sourbrodt.