“Het is hard werken”, zegt Geert Beullens ernstig als hij in zwemshort voor de camera verschijnt. Hij geniet met zijn vriendin Rein Adons van een paar vrije dagen in Popenguine, een vakantieplek aan de Senegalese kust. “We vertrekken elke ochtend rond tien uur en zitten de hele dag op de fiets. Als we rond zes uur aankomen, moeten we een slaapplaats zoeken, de tent opzetten, koken. De volgende dag opnieuw: ontbijt maken, de tent opbreken, de bagage in de fietstassen stoppen. Op onze wekelijkse rustdag plannen we de route verder, regelen we de visa ...”

De bedoeling is om begin november in de Congolese hoofdstad Kinshasa te staan. Maar intussen is die eindbestemming onzeker door de ebola-uitbraak. “Op zo’n reis moet je je voortdurend aanpassen”, zegt Rein Adons. “Geen enkele dag loopt zoals we ’s ochtends denken dat hij zal gaan: een slechte ondergrond, een rivier die buiten de oevers is getreden… We zijn het gewend om flexibel te moeten zijn.”

Dat was al zo voor deze onderneming, zal blijken tijdens ons gesprek. Beullens, die je nog kan kennen als ‘schijnburgemeester’ van Antwerpen, in een persiflage op Bart De Wever, had al wel wat hobbels op zijn pad. Adons, die het fietscafé Mombasa in Borgerhout uitbaat, evenzeer.

“We zien hier alle tinten groen”, zegt Beullens enthousiast als we elkaar een paar weken na ons eerste gesprek opnieuw horen, vanuit het regenwoud in het zuiden van Guinee deze keer. “En de mensen moedigen ons aan alsof we de Tour de France rijden.”

Al is het even moeilijk geweest. “Halverwege juni zag ik het niet meer zitten”, geeft Adons toe. “Het regenseizoen viel niet mee: wakker worden in een natte omgeving, ploeteren door de modder. En nergens was er eens een restaurantje, zelfs een gekoeld drankje was moeilijk te vinden.” En dan zouden ze niet veel later ook nog eens met een pittig buikvirus te maken krijgen.