Als een hardnekkige wesp blijft het dossier over de regionale luchthavens Annick De Ridder (N-VA) deze zomer achtervolgen. Met enkele interviews de voorbije week en door de cijfertabellen van de subsidies voor de komende jaren woensdagavond aan de parlementsleden te bezorgen, wilde de Vlaamse minister van Mobiliteit de criticasters de mond snoeren over dit dossier. Maar dat lijkt nu in haar gezicht te ontploffen.

Uit de vrijgegeven cijfertabel, die De Standaard ook kon inkijken, blijkt namelijk dat De Ridder de subsidiebedragen die tussen 2020 en 2024 werden uitgekeerd aan de luchthavens van Deurne en Oostende al wekenlang bewust hoger voorstelt dan ze in werkelijkheid waren. Zo kon de beloofde procentuele daling van de subsidies voor de periode van 2025 tot 2029 groter voorgesteld worden dan ze in werkelijkheid zal zijn.

Meer precies verkondigt De Ridder al een tijd dat Vlaanderen tussen 2020 en 2024 zo’n 131 miljoen euro aan subsidies betaalde aan de twee regionale luchthavens. Maar ze kwam slechts aan dat bedrag door de werkelijk betaalde subsidiebetalingen van de voorgaande jaren allemaal te herrekenen naar het jaar 2026, op basis van de gezondheidsindex. Dat is dus niet wat in werkelijkheid betaald is – het precieze bedrag blijft onduidelijk, al is het zeker lager – maar door het cijfer van 131 miljoen euro te hanteren, kon De Ridder zeggen dat de subsidies voor 2025-2029, die 96 miljoen euro bedragen, met ruim een kwart gezakt zijn.

De oppositie is niet te spreken over de rekenmethode van De Ridder. Zowel Groen als Anders komt tot de vaststelling dat De Ridder niet minder maar net méér subsidies toekent aan de luchthavens. “Uit eerdere schriftelijke antwoorden van De Ridder op parlementaire vragen blijkt immers dat de Vlaamse subsidies in de vorige legislatuur maar goed waren voor zo’n 81,5 miljoen euro aan steun”, zegt Groen-parlementslid Bogdan Vanden Berghe.

“De Vlaamse subsidie stijgt”, zegt ook Jasper Pillen, Vlaams Parlementslid voor Anders, na de cijfertabellen te hebben doorgerekend. De Standaard kreeg voorlopig geen reactie van De Ridder. Op 10 september moet de minister van Mobiliteit uitleg komen geven in een extra commissiezitting in het parlement, dan zal ze alle vragen beantwoorden, klinkt het op haar kabinet.

Ook binnen de Vlaamse meerderheid neemt het ongenoegen over het functioneren van De Ridder hand over hand toe. Bij Vooruit is er ergernis over hoe “onhandig” ze dit dossier aanpakt. ”Het is niet erg verstandig om nieuwe tabellen te verspreiden en interviews te geven, maar daarna te verwijzen naar de commissie van 10 september voor verdere uitleg”, is te horen bij de socialisten.

Ook CD&V is streng. “De minister zit met een duidelijke agenda en die frustreert veel mensen”, klinkt het bij de partijtop. “En dat is de agenda van de N-VA om alles door te sluizen naar de stad Antwerpen. Er is veel frustratie over de partijgrenzen heen.”

Sterker nog, ook binnen De Ridders eigen N-VA wordt er verbaasd gekeken naar de manier waarop dit dossier aangepakt wordt. “Bart De Wever zegt altijd dat je door de stront moet vliegen, maar blijkbaar luistert niet iedereen daarnaar”, zegt een N-VA’er over de communicatiestrategie van De Ridder: als je in een lastig parket zit, moet je zo snel mogelijk vooruit en er zeker niet de aandacht op vestigen. Door nu interviews te geven en nieuwe cijfers vrij te geven blijft De Ridder de aandacht vestigen op het dossier, terwijl het politiek begraven was tot 10 september.