Maandag stierf de 25-jarige Johan Sebastián Durán Guerrero, nadat minstens vier schoten waren gelost op de witte Kia die hij bestuurde. De kogels werden afgevuurd door een agent van het Immigration and Customs Enforcement-agentschap (ICE), die bezig was met een actie in een stadje in de staat Maine. Sinds Donald Trumps tweede ambtstermijn is het antimigratiebeleid fors opgevoerd – tegelijk is het bijzonder hardhandig geworden. In januari stierven twee Amerikaanse staatsburgers tijdens zulke operaties in de staat Minnesota.

Er loopt een onderzoek naar de omstandigheden waarin de man in Maine om het leven kwam, maar resultaten worden niet meteen verwacht. Bij de schietpartijen van begin dit jaar duurde het vijf maanden tot het federale Justitiedepartement, dat onder controle staat van de regering-Trump, informatie deelde met lokale openbare aanklagers. In Maine droegen de agenten van ICE geen bodycams. Volgens het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid probeerde Durán weg te rijden en schoot de agent, omdat hij vreesde voor de openbare veiligheid.

Durán werkte als schoonmaker en pakjesbezorger en was afkomstig uit Colombia. Hij woonde bijna drie jaar in de VS. Zijn ouders wonen nog in Colombia, waar zijn vader in een nieuwsprogramma vertelde over hem: “Hij was een hardwerkende, liefhebbende vader en een goede zoon. Ze veroorzaken bij ons een enorme pijn met wat ze hebben gedaan, met deze onrechtvaardige dood.” Durán laat een vriendin en een dochtertje na dat recent haar derde verjaardag vierde. Hij plaatste daarover toen een Spaanstalig tekstje op zijn Facebookpagina.

De dood van Durán volgt op een ander fataal schietincident in Houston, in de staat Texas. Daar kwam een Mexicaanse immigrant die al meer dan dertig jaar in de VS woont om het leven toen een ICE-agent hem vorige week beschoot in zijn bestelwagen op weg naar het werk. Dinsdag overleed ook een 28-jarige man in Florida toen hij wegliep van ICE-agenten.

Na het dodelijke incident in Maine kwam er een tijdelijk verbod voor ICE om voertuigen tegen te houden. “Het is een korte pauze om zeker te zijn dat we het juiste doen”, zei Tom Homan, de ‘grenstsaar’ van het Witte Huis, in een interview met Fox News. “De operaties gaan verder. De arrestaties bereiken recordhoogtes. De deportaties zitten ook op recordcijfers.”

Maar de duur van dat verbod op verkeerscontroles bereikte geen record. De dag nadien, woensdag, schroefde president Trump de beslissing al terug met een post op zijn sociale medium Truth Social. “De mannen en vrouwen van ICE doen fantastisch werk”, schreef hij. “Het is ook werk dat moet worden gedaan. We kunnen een van de belangrijkste en meest effectieve instrumenten voor de bestrijding van criminaliteit niet opgeven: de voertuigstops!”

Afgelopen winter voerde ICE grote operaties uit in verschillende Amerikaanse steden, waarbij de brutale tactieken in onder andere Minneapolis leidden tot een ontwrichting van het dagelijkse leven en (inter)nationale commotie. Tom Homan verving een chef van de grenspolitie die in een lange jas aan de raids deelnam. Daarna taande de publieke aandacht wat, maar de operaties van ICE gingen wel door. In juni werden in vijf dagen tijd zo’n 10.000 personen opgepakt.

De burgerrechtenorganisatie American Civil Liberties Union (ACLU) bracht donderdag een rapport naar buiten dat het geweld van de raids in 2025 gedetailleerd in kaart brengt. “Bij meer dan 400 van de ruim 1.200 onderzochte incidenten rond immigratiehandhaving was sprake van wangedrag door agenten”, is de conclusie. “Agenten gebruikten geweld, of dreigden ermee, als standaardtactiek. In plaats van kinderen te beschermen, richtte het beleid de handhavingsmiddelen net tegen hen. (…) Agenten voerden regelmatig acties uit op of bij gevoelige locaties, waaronder 49 keer in of bij scholen, waardoor er veertig in lockdown gingen. Ze bedekten hun gezicht, reden in anonieme auto’s en droegen kleding waaruit niet meteen bleek bij welke instantie ze hoorden.”