Ik koos voor de Universiteit Antwerpen omdat het de enige universiteit was die een opleiding aanbood waarmee je aan het einde van je bachelor handelsingenieur dankzij de taalvakken ook een Spaans B2-niveau kon behalen. Volgend jaar is dat niet langer het geval, wegens geldgebrek. Zo wordt de UA meer zoals de KU Leuven en de VUB, verliest iedere universiteit jaar na jaar een stukje van haar eigenheid.

Ons belangrijkste kapitaal als Europeanen zijn onze hersenen, onze knappe koppen. In de wereldwijde arbeidsverdeling van vandaag hebben de Chinezen de productie, de Amerikanen de tech, en Europeanen het talent dat zowel de Amerikaanse als de Chinese technologie ontwikkelt. En net daarop zijn we aan het besparen.

In België wordt zwaar gesneden in de budgetten van het hoger onderwijs, in Vlaanderen voor meer dan 80 miljoen euro tijdens deze legislatuur. Het gevolg: minder middelen voor onderzoek, opleidingsonderdelen die verdwijnen, en inschrijvingsgelden die de drempel verhogen voor wie het moeilijk heeft om zijn studies te financieren.

Nochtans is publieke financiering van hoger onderwijs een lucratieve langetermijninvestering. Recent Europees onderzoek toont aan dat investeringen in onderwijs zich vertalen in groei via onderzoek en ontwikkeling. Een land dat de vaardigheden van zijn afgestudeerden gevoelig verbetert, kan over een periode van 75 jaar een bbp bereiken dat 36 procent hoger ligt. En dit werkt ook omgekeerd. Het is belangrijk om te zeggen dat investeren in onderwijs alleen vruchten afwerpt zolang de kwaliteit van dat onderwijs boven een bepaald niveau blijft, want massaal imbecielen een diploma uitreiken heeft weinig zin. Gelukkig zit België op dat vlak voorlopig nog ruim boven dat punt. Het zijn dan ook die cijfers, en de nabijheid tussen onderzoeksuniversiteiten en industrie, die de prestaties van het land dragen.

Italië en Griekenland hebben de voorbije decennia fors bespaard op onderwijs en onderzoek, en de gevolgen voor hun economie waren ernaar. Toen de kwaliteit van het hoger onderwijs achteruitging, vonden bedrijven die op zoek waren naar hooggeschoolde profielen niet langer de juiste mensen en zagen ze zich gedwongen om hun activiteiten te verplaatsen of gewoon niet meer te investeren. Met minder onderzoekers en ingenieurs droogde ook de stroom aan nieuwe patenten en innovatie op, net datgene waarmee een economie zich onderscheidt. Zo sloot de cirkel zich: minder talent betekent minder bedrijven en minder innovatie, minder innovatie betekent minder groei, en minder groei betekent opnieuw minder middelen voor onderwijs. En dan is er nog de braindrain: als de economie niet meer bereid is om hooggeschoolde profielen correct te betalen, zullen die vertrekken. Wat begon als een besparing, groeide uit tot een structureel verlies aan concurrentiekracht waar beide landen vandaag nog altijd de wrange vruchten van plukken.

Premier Bart De Wever (N-VA) waarschuwde dat Europa technologisch en economisch achteropraakt. Toch vraagt zijn regering zich na een jaar besparen plotseling af waarom er nu ineens dringend nood is aan groei. Je hoeft geen groot wiskundige te zijn om te snappen dat blijven besparen geen duurzame oplossing is voor België. En misschien is de vergelijking van het bruto bbp met dat van een sneller groeiend Amerika sowieso weinigzeggend. Want misschien veelzeggender dan om het even welke grafiek is dat één op de vijf Amerikanen wil emigreren. Omgekeerd, hoeveel van ons, Belgen, dromen van een beter leven in Jackson, Mississippi?

Wij, Belgen en Europeanen, hebben troeven die er wereldwijd toe doen, en ons onderwijs is de motor daarachter. Toch zijn we die aan het verkwisten op basis van cijfers die verkeerd geïnterpreteerd worden.

Moeten we niet juist investeren en subsidiëren zodat die hersenen in België blijven en niet vertrekken? Moeten we onze economie hier niet beschermen om een economisch concurrentiële speler te worden? Is de generatie die vandaag studeert niet net diegene die mee de toekomst zal moeten bepalen?