Het is dit jaar al alle hens aan dek geweest bij de OCMW’s om werklozen op te vangen die hun uitkering verliezen door de beperking van de werkloosheid in de tijd. De regering-De Wever had niet alleen in een compensatiesysteem voorzien om de OCMW’s te ondersteunen bij de aanwerving van extra personeel, maar ook voor de extra leeflonen die zouden moeten worden uitbetaald. In september vorig jaar werd beslist om daar 300 miljoen euro voor uit te trekken in 2026 en 2027, 302,3 miljoen euro in 2028 en 342,6 miljoen euro in 2029.
Maar volgens het rapport dat het Monitoringcomité in juli publiceerde, blijkt dat die bedragen helemaal niet zullen volstaan om de OCMW’s de beloofde steun te geven. Er is immers duidelijk afgesproken welke bijdrage de OCMW’s krijgen voor extra personeel en de betaling van het leefloon zelf, maar ook voor extra financiële stimulansen voor OCMW’s die nieuwe mensen met een leefloon opnieuw duurzaam aan het werk krijgen. Daarbij werd overeengekomen dat “indien de middelen ontoereikend zijn, de federale overheid zich ertoe engageert om de tekorten aan te vullen”.
Volgens het Monitoringcomité bedraagt het tekort volgend jaar 605 miljoen euro, loopt dat in 2028 op tot 646 miljoen euro om de jaren nadien opnieuw te zakken naar een half miljard euro. De voornaamste reden is dat er veel meer werklozen zonder uitkering bij de OCMW’s aankloppen voor een leefloon dan de regering had verwacht.
Volgens recente cijfers van de RVA en de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, waarover De Tijd bericht, is van de ruim 99.144 mensen die tot en met juni hun werkloosheidsuitkering al geschrapt zagen, 53 procent naar het OCMW gestapt om een uitkering aan te vragen. Zo’n 52.500 geschrapte werklozen vroegen een leefloon bij het OCMW, aan ruim 43.000 mensen werd het leefloon ook toegekend. Dat is 44 procent van de geschrapte werklozen. In Vlaanderen kan 34,3 procent van de geschrapte werklozen op een leefloon rekenen, in het Brussels Gewest is dat 43,9 procent en in Wallonië zelfs 48,6 procent.
De regering-De Wever had erop gerekend dat slechts een op de drie geschrapte werklozen zou aankloppen bij het OCMW, maar dat blijken er voorlopig dus veel meer te zijn. Dat is meteen de voornaamste reden waarom de budgetten voor de OCMW’s die de regering in september vorig jaar voorzag, lang niet zullen volstaan. Het Monitoringcomité stipt nog aan dat de regering aankondigde dat ze bijkomende maatregelen zou nemen om de budgetten binnen het voorziene plafond te houden, maar dat daarvan momenteel nog geen sprake is. Daarvoor extra geld zoeken is dus een onderdeeltje in de zoektocht naar 10 miljard euro om het begrotingstekort binnen de perken te houden, waarmee de regering in september start. Tenzij ze beslist om de financiële steun aan de OCMW’s te hertekenen, zodat ze binnen het voorziene budget kan blijven.
Om de OCMW’s niet in een keer te overbelasten, verloopt de schrapping van uitkeringen van wie in januari al langer dan twee jaar werkloos was in verschillende fases. Wie het langst werkloos is, en dus het verst van de arbeidsmarkt staat, verloor als eerste een uitkering. Behalve een uitstroom naar de OCMW’s werd ook al vastgesteld dat de instroom naar de ziekteverzekering van werklozen flink toenam. Werklozen die hun uitkering verliezen, gaan verschillende wegen op: ze kunnen aan het werk, wat nog altijd de hoofdbedoeling is, kloppen aan bij het OCMW, ruilen hun werkloosheidsuitkering in voor een ziekte-uitkering of verdwijnen uit de statistieken, omdat ze een ander inkomen hebben of een partner met een goed inkomen.


.JPG)
