“Het moet eerst nog wat erger worden voor het weer beter zal gaan”, zei Geert Buelens enkele jaren geleden in De Standaard. Buelens, ook bekend van zijn vuistdikke cultuurgeschiedenis over de jaren 60, had toen net de Boon-prijs gewonnen voor Wat we toen al wisten, een klimaatboek over het jaar 1972. Daarin schreef hij dat we vijftig jaar geleden al perfect wisten hoe de mens de planeet en al haar ecosystemen om zeep hielp. Grenzen aan de groei, het rapport van de Club van Rome, was een bestseller. Maar met de aanbevelingen gebeurde nauwelijks wat.
Deze zomer werd, nog maar eens, duidelijk dat het zeker nog erger is geworden. De opwarming van het klimaat beheerst de vakantiemaanden. Nooit eerder gingen er zoveel Europese bossen in rook op, niet alleen in Spanje en Griekenland maar ook in Nederland en Noorwegen. We kachelen van hittegolf naar hittegolf, terwijl er nauwelijks regen valt. Omdat het waterpeil in rivieren als de Donau zo laag staat, worden er in Hongarije en Roemenië kerncentrales gesloten. Er is niet voldoende koelwater.
Ondanks al die rampspoed lijkt er geen beterschap in zicht. “Ik las de afgelopen weken het ene verontruste opiniestuk na het andere”, zegt Buelens. “Ook cartoons hamerden het er zowat elke dag in. Ik heb dus niet de indruk dat er niet aan de alarmbel wordt getrokken. Alleen: de politici geven niet thuis. En als zij het niet oppikken, gebeurt er niks. Zal ik premier Bart De Wever eens parafraseren? Op de industrietop van dit voorjaar in Alden Biesen zei hij: ‘We zijn Europa aan het de-industrialiseren en we zijn dat zelf aan het doen.’ Nu zeg ik: ‘We laten de Europeanen stikken en we zijn dat zelf aan het doen.’ De oversterfte na de eerste hittegolf in juni was enorm in België. Maar er gebeurde niets.”


.JPG)
