Het eerste alleenstaande huis op de heuvel in het dorp Qusra, nabij de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever, wordt bewoond door Qusai Abu Ridi en zijn familie. Groepjes kolonisten arriveerden er zondag vanuit hun illegale ‘voorpost’ in de buurt en omsingelden het gebouw in een poging de bewoners te verdrijven. “We hebben geen eten meer en de kolonisten hebben ons omsingeld”, zei Qusai in een video die woensdag werd gepost op sociale media. Hij toonde de laatste restjes op het aanrecht: “Wat brood, een tomaat, wat yoghurt, twee aardappelen. Ze hebben ook het water afgesloten”, zei Qusai, terwijl hij vergeefs aan de waterkraan draaide.

“We zijn omsingeld door kolonisten, maar we zijn standvastig”, zei Aisha Abu Ridi in een spraakbericht. “Ze vallen ons voortdurend aan om ons te verdrijven, maar we blijven hier in onze huizen. Als we sterven, willen we in ons huis worden begraven, als blijvende getuigenis van de misdaden van de kolonisten.”

Ook het huis van hun buren wordt sinds zondag belegerd. Daar woont Youssef Hassan met zijn echtgenote, hun dochtertjes van vier en twee jaar, zijn moeder, broer en zus. Ramen en deuren werden al beschadigd door stenengooiende kolonisten die ook de elektriciteits- en watervoorziening afsneden. Alleen een zonnepaneel op het dak levert nog wat stroom. Maandag, de tweede dag van de belegering, kreeg Hassans tweejarige dochter Noor hoge koorts en moest ze braken. Hassan belde een ziekenwagen, maar die werd door de kolonisten geblokkeerd en aangereden door een terreinwagen. Pas dinsdag lukte de evacuatie. “We leven in een voortdurende staat van terreur”, zei Hassan.

Qusra ligt in ‘Zone B’, zoals vastgelegd in de Oslo-akkoorden uit 1993. De Palestijnse Autoriteit bestuurt die zone burgerlijk, maar de veiligheidscontrole deelt ze met Israël. Gewelddadige kolonisten viseerden de voorbije jaren vooral Palestijnse dorpen in ‘Zone C’. Die zone beslaat 60 procent van de Westoever en Israël heeft er nooit de militaire of civiele controle afgestaan, hoewel de Oslo-akkoorden dat wel vooropstelden. Nu voeren de kolonisten een intens offensief tegen de resterende Palestijnse autonomie in de overige zones.

De bewoners van de twee omsingelde huizen belden zondag al meteen het leger om hen te ontzetten: als bezettingsmacht is het Israëlische leger verantwoordelijk voor de veiligheid van alle burgers op de Westelijke Jordaanoever. Maar dat leger staat erom bekend kolonisten te negeren of zelfs te helpen bij aanvallen op Palestijnse dorpen. Daarbij schieten gewapende kolonisten geregeld, branden ze huizen en moskeeën plat en stelen of doden ze vee.

In Qusra is de aanpak van het Israëlische leger zo klungelig dat zelfs Israëlische media en politici van de oppositie voor een zeldzame keer hun stem laten horen. De eerste soldaten die zondag arriveerden, gingen meebidden met de kolonisten, zo toont een video. Op beelden van woensdag zijn slechts zes soldaten te zien die, met wat traangas en geduw, niet op konden tegen de vele tientallen kolonisten.

Israëlische journalisten die wilden gaan kijken, werden onderweg geblokkeerd door kolonistenbendes of het leger. “Wat gebeurt in Qusra is geen geïsoleerd incident”, zei Yuli Novak, directeur van de ngo B’Tselem. “De etnische zuivering van de Westoever door Israël versnelt en breidt zich voor de ogen van de wereld uit.”

De kolonisten worden actief ondersteund door de extreemrechtse regering van premier Benjamin Netanyahu. De radicale minister van Financiën, Bezalel Smotrich (Religieuze Zionisten), financiert de kolonisatie met miljarden. Ook minister van Defensie Yisraël Katz (Likud) hengelt naar de stemmen van extreemrechts met brutale legeroperaties en agressieve retoriek: op 27 oktober vinden in Israël parlementsverkiezingen plaats.