Met meer dan 2.100 doden en meer dan 4.500 besmettingen in drie maanden stevent de ebola-uitbraak in Oost-Congo af op een groter dodental dan die van West-Afrika tussen 2014 tot 2016, de grootste ooit. Toen duurde het negen maanden alvorens het virus die cijfers haalde. Laurens Liesenborghs, arts en onderzoeker gespecialiseerd in infectieziekten aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Congo, waarschuwt dat de officiële cijfers de situatie onderschatten: “Waarschijnlijk liggen de cijfers twee tot vier keer hoger.”

Dat komt doordat Congo de uitbraak pas vaststelde op 15 mei, terwijl een virusonderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aantoonde dat de uitbraak al sinds januari aan de gang is. “Dat is absoluut dramatisch,” gaat Liesenborghs verder, “de epidemie is vier maanden lang haar gang kunnen gaan voordat ze werd opgepikt. Tegen dan was die al wijdverspreid en waren er moeilijk te stoppen transmissieketens gaande. Er zijn ook onvoldoende middelen om de infecties in kaart te brengen.”

De reactie van de Congolese medische autoriteiten wordt bemoeilijkt door slechte infrastructuur, gewapende milities, wantrouwen en ebola-ontkenning bij de bevolking, en stakingen van onderbetaald medisch personeel.

De eerste besmettingen waren foutief geclassificeerd als gevallen van malaria, tyfus of een ander type ebola. De symptomen van die drie ziektes komen vaak overeen, laat Liesenborghs weten. “Zonder test kun je moeilijk zeggen dat je met ebola te maken hebt. Maar met zo veel doden had men echt wel in die richting moeten denken. Zeker omdat er in de regio in 2018 al een ebola-uitbraak is geweest.” Deze keer gaat het om het Bundibugyo-ebolavirus, een virusstam van ebola zonder bekende behandeling of vaccin.

Op basis van een genetisch verschil tussen het huidige virus en dat van voorgaande uitbraken, stelt een nieuwe studie uit Nature Medicine dat het van een besmet dier op een mens is overgesprongen. “Dat is gebaseerd op onderzoek dat wij samen met onze Congolese collega’s hebben gedaan. Veel verschilt het virus niet van voorgaande versies, het probleem is vooral dat er na de vorige uitbraken niet geïnvesteerd werd in diagnostiek en vaccins om dat specifieke virus te bestrijden. Dat vertraagde veel.” Daarom ligt het einde van de uitbraak nog ver weg.

Dokter Abdirahman Mahamud, directeur van de WHO voor alarm- en responsoperaties bij gezondheidscrises, verwacht dat de uitbraak zal pieken over zes maanden. Dat is niet het worstcasescenario, waarin de uitbraak nog tot twaalf maanden kan duren. Liesenborghs durft geen voorspellingen te maken: “Ik weet beter dan me te wagen aan voorspellingen van epidemieën. Als we effectief een kentering willen zien, gaan we de inspanningen moeten opdrijven. Voorlopig krijgt de epidemie vrij spel.”

Bunia, het epicentrum van de uitbraak in Oost-Congo, voelt het virus in alle lagen van de maatschappij. De lokale groentemarkten verkopen aanzienlijk minder en brommertaxi’s mogen van de autoriteiten maar een klant per keer vervoeren. Liesenborghs zegt dat de beste maatregelen echter buiten die ruimtes vallen: “Er zijn drie plaatsen waar het grootste deel van de ebola-besmettingen plaatsvinden: thuis bij het zorgen voor een ziek familielid, begrafenissen waar mensen het lijk aanraken en in ziekenhuizen waar patiënten en hulpverleners worden besmet. Besmettingen via brommers zijn mogelijk, maar vermoedelijk zeldzaam. We moeten een evenwicht zoeken zodat die maatregelen niet meer kwaad dan goed doen.”

Ondertussen stelden autoriteiten ook een besmetting vast in een nieuwe, zesde Congolese provincie: Neder-Uele. Ook wees een hulporganisatie op besmettingen op 35 kilometer van de Zuid-Soedanese grens, een land waar al maandenlang een dodelijk conflict heerst. “In nieuwe provincies kun je er vroeg bij zijn. Zuid-Soedan bekijkt men wel met argusogen, maar voorlopig ligt het zwaartepunt nog altijd in Noord-Kivu en Ituri”, besluit Liesenborghs.