Een natuurbrand die vrijdag om 14 uur uitbrak in de Hoge Venen, heeft al meer dan 2.700 hectare verwoest. Het vuur raakt maar niet onder controle. De brand ontstond op een moeilijk bereikbare locatie bij Fagne des Deux-Séries in de gemeente Baelen en breidde snel uit. Meer dan vijftien hulpverleningszones uit het hele land zijn in de weer om het vuur te bestrijden, samen met Duitse en Luxemburgse brandweerlui, de civiele bescherming, de federale politie en Defensie.
“De veranderlijke wind is het moeilijkst”, geeft Nathalie Thönnissen, de burgemeester van Baelen, aan. “De hulpdiensten werken een strategie uit, maar wanneer die wordt uitgerold, is de wind al van richting veranderd.” Het moeilijke terrein maakt het bovendien op veel plaatsen erg lastig om de brand van dichtbij te bestrijden.
De bovenste bodemlaag in de Hoge Venen is “turfachtig”. Dat is gedroogd en afgestorven plantenmateriaal dat, zeker bij droogte, erg brandbaar is. “De brandweerwagens komen vast te zitten als ze de vlammen proberen te bereiken, we hebben meer luchtsteun nodig”, zei Thönnissen zaterdagmiddag.
Waar vrijdag nog sprake was van honderd hectare verbrande natuur, ging het volgens de Luikse provinciegouverneur Hervé Jamar zaterdagochtend al om 850 hectare. Zaterdagavond is dat cijfer opgelopen tot meer dan 2.700 hectare.
In het gehucht Sourbrodt hebben ongeveer vijfhonderd mensen hun huizen preventief moeten verlaten voor het naderende vuur. Het gaat om een vijftiental straten in het dorp. Ook in Bütgenbach is een honderdtal mensen geëvacueerd. Enkele kilometers verderop, in Ovifat, besliste een hotel op eigen initiatief om het gebouw te ontruimen.
In datzelfde dorp was vrijdag ook een kamp van Kazou, de jeugddienst van de Christelijke Mutualiteit (CM), aan de gang. De drieënvijftig kinderen van 9 en 10 jaar weken zaterdagmiddag uit naar een andere locatie, maar uiteindelijk werd beslist het kamp vervroegd stop te zetten. Scouts & Gidsen Vlaanderen en Chirojeugd Vlaanderen hebben op dit moment geen kampen in de buurt van de brand in de Hoge Venen, zeggen zij. Hetzelfde geldt voor de Franstalige scouts.
In het Duitse Monschau kregen inwoners het advies zich voor te bereiden op een mogelijke evacuatie. Ze moesten indien mogelijk onderdak zoeken bij familie of vrienden, terwijl het bestuur de inrichting van noodonderkomens voorbereidde. Als gevolg van de snel veranderende wind heeft rook van de brand zaterdagavond verschillende woonplaatsen bereikt, waaronder het centrum van Malmedy. Inwoners werd geadviseerd binnen te blijven en ramen te sluiten, fysieke inspanningen in de buitenlucht en onnodige verplaatsingen te vermijden, en ventilatie indien mogelijk uit te schakelen.
Intussen heeft het Rode Kruis in een sporthal in Malmedy een opvangcentrum geopend waar de zeshonderd geëvacueerde inwoners terechtkunnen, evenals mensen die te veel hinder van de rook ondervinden. Ook in Jalhay, vlak bij waar de brand woedt, is een opvangpunt ingericht.

