“We zijn gisteren om zes uur ’s avonds begonnen. Nu gaan we even slapen, straks moeten we terug verder blussen.” Aan het woord is brandweerman Jordy (28), die we zondagmiddag spreken. Hij is moe, en leunt tegen de brandweerwagen terwijl hij van een roze energiedrankje drinkt. Zijn vingers laten donkergrijze afdrukken achter op het blikje. Vlokken as plakken op zijn gezicht. We staan aan de rand van de perimeter van de grote natuurbrand die momenteel woedt in de Hoge Venen. De brand is nog niet onder controle, de nacht was lang en zwaar. Jordy en zijn collega’s hebben er de hele nacht geblust.

“Helikopters kunnen ’s nachts niet helpen. Daarom hebben we langs de rand van de brand geprobeerd om de boorden binnen de perken te houden. Dat heet het vuur bewaken. Een brand als deze hebben we nog nooit meegemaakt. Ik zou zelfs zeggen dat we er in onze opleiding niet op werden voorbereid, omdat we het simpelweg nog nooit gezien hebben. Het vuur is groot en wild.”

Zijn collega Christophe (39) staat naast hem tegen de brandweerwagen geleund. Hij werkt al 17 jaar als brandweerman, een pak langer dan Jordy. “Maar ik ben erg geschrokken van de omvang van deze brand”, zegt hij. De twee gaan nu even naar huis en keren straks na wat rust terug. Ze waden door de rook, hun ogen zijn rood. “Het enige positieve is dat het professioneel wel een interessante ervaring is, en dat er veel groepsgevoel is in het team. Voor de rest is het zwaar.”

De brand blijft voorlopig uitbreiden. Intussen heeft de brandweer bijstand gekregen van Defensie en van brandweerlieden uit verschillende landen. Ter plekke lijkt het alsof een dik deken van rook over de regio is gelegd. Inademen zonder masker voelt onverantwoord. De rook heeft de zichtbaarheid tot nagenoeg nul herleid en laat een laagje as achter op elk oppervlak.

De nacht bracht voor veel inwoners de gevreesde realiteit. Uit verschillende regio’s was de natuurbrand van ver te zien als een oranje-gele gloed aan de horizon. Het beeld schreeuwde “niet onder controle”. De rook drong binnen in de huizen en veroorzaakte bij sommigen angst voor hun gezondheid en veiligheid.

“Ik ben dan toch maar geëvacueerd naar Robertville, waar mijn zoon woont. Maar daar was het niet veel beter, de rook was overal”, zegt Jean-Marie Gehelin (71). Hij heeft zich bij de vrijwilligers gevoegd die drank en spijs voorzien voor de brandweer en de landbouwers die op en af gaan naar het brandgebied.

Als we naar Robertville gaan, zien we zijn woorden waarheid worden. Het Lac de Robertville is nagenoeg onzichtbaar. Tractors rijden op- en af om hun tanks te gaan vullen, vrijwilligers proberen het verkeer te regelen. Ze dragen mondmaskers en fluojassen.

Aan de rand van de Hoge Venen ontmoeten we nog een natuurwachter. De man wil met zijn naam niet in de krant, maar is gekend bij de redactie. Ook hij deelt eten en drinken uit aan brandweer, politie en landbouwers. “Ik heb het vuur zien beginnen vrijdagmiddag. Er waren al vlammen van drie meter hoog. Een collega-natuurwachter heeft toen de hulpdiensten gebeld. Het vuur is begonnen op een afgelegen plek, ik stond op een uitkijkpunt hoger in de Hoge Venen.” De man zegt overstuur te zijn. “Natuurlijk. Er zijn geen mensen overleden, dus in die zin is het ergste voorlopig vermeden. Maar ik ben zo verdrietig voor de natuur daar. Dat was een magische omgeving, en nu gaat hectare na hectare in rook op”, zegt hij.