De dood van Jason Arday, de Cambridge-professor die zich na beschuldigingen van plagiaat op 41-jarige leeftijd van het leven beroofde, zindert na. De tragische protagonist is uiteraard Arday zelf, die de hoogste prijs betaalde. Maar belangrijker is de vraag waarom hij zo hoog kon vliegen. Hoe kon een universiteit, met een lange traditie van hoge standaarden en waarheidsbevinding, haar kritische reflexen verliezen toen ze geconfronteerd werd met een verhaal dat ze graag wilde geloven?
Jason Arday werd in 2023 als jongste zwarte man ooit aangesteld als sociologieprofessor aan Cambridge, waarmee hij terechtkwam op een van de meest prestigieuze academische stoelen ter wereld. Zijn verhaal was onweerstaanbaar: een zwarte man, kind van Ghanese migranten, die opgroeide in een arm milieu in het zuiden van Londen. Hij werd gediagnosticeerd met autisme, sprak naar eigen zeggen niet tot zijn elfde en kon pas lezen op zijn achttiende. Hoewel hij zijn schoolcarrière had doorgebracht in het bijzonder onderwijs, stootte hij door naar de universiteit, waarna hij een doctoraat behaalde en zijn opgang maakte in de academische wereld. Hij gaf lezingen, schreef papers, en combineerde dat met liefdadigheid en sportieve topprestaties – hij beweerde 30 marathons te hebben gelopen in 35 dagen. Voor een oude instelling die worstelde met haar diversiteitsbeleid was Arday de gedroomde aanwerving.
Het verhaal lijkt te mooi om waar te zijn. En misschien was het dat ook. Arday leek niet de juiste academische adelbrieven te hebben voor deze benoeming. “Daarvoor wordt gekeken naar objectieve criteria”, zegt Daniel Muijs, een Vlaamse hoogleraar onderwijskunde die doceert aan de Queen’s University Belfast, waar hij het departement Sociale Wetenschappen, Onderwijs en Sociaal Werk leidt. “Academische publicaties, grote onderzoeksprojecten, impact van je onderzoek, kwaliteit van je onderwijs, leidinggevende posities die je hebt ingenomen ... Zeker bij een topuniversiteit als Cambridge wordt dat nauwgezet afgevinkt. Jason Arday beantwoordde niet aan die hoge vereisten. Zijn aanstelling was verrassend.”
Niettemin werd hij door de universiteit als een ster in de markt gezet. Media pikten zijn onwaarschijnlijke opgang gretig op. Hij gaf lezingen, schreef een biografie – Great and unfortunate things – die vorige week verscheen. Hij werd als ‘eerste zwarte’ een symbool voor een hele groep, waardoor hij extra in de kijker liep. Daardoor werd hij een schietschijf voor critici. Door iemand die ogenschijnlijk niet aan de hoge standaarden voldeed met grote trom op die gegeerde positie te katapulteren, duwde Cambridge hem in een kwetsbare positie.
Vrij snel kwamen signalen over plagiaat in zijn doctoraatsthesis en papers, en rezen vermoedens over een opgesmukt levensverhaal. In de medische literatuur is er geen precedent van een kind dat niet sprak maar het vervolgens schopte tot doctorandus, schrijft The New York Times na gesprekken met experts. “Dat had alarmbellen moeten laten afgaan bij het aanwervingscomité, waarin een kinderpsychiater zat die onderzoek had gedaan naar autisme.” Een voormalige studievriend en een logopedist die met hem werkten, noemen zijn beweringen over zijn gebrek aan spraakvermogen “vals”. Ook de beweringen over de 30 marathons hadden vraagtekens moeten oproepen, schrijft de krant, want dan was hij “een van ’s werelds elite-atleten” geweest.
Concreter waren de beschuldigingen over plagiaat. In september 2025 had het vakblad Times Higher Education een uitgebreid verhaal klaar over plagiaat in delen van Arday’s thesis en in verschillende academische papers. Zo zou zijn thesis geplagieerde quotes bevatten van mensen die hij zelf beweerde te hebben geïnterviewd. De gezaghebbende Amerikaanse nieuwssite Retraction Watch – die academische fraude, plagiaatzaken en misstanden in de wetenschap blootlegt – vlooide de zaak uit. Uit hun reconstructie blijkt dat Arday, geconfronteerd met de beschuldigingen, het Britse advocatenkantoor Carter-Ruck inhuurde, dat gespecialiseerd is in zaken van laster en eerroof. Het artikel werd afgevoerd, de journalist aangegeven bij de politie.
De goed gedocumenteerde reconstructie van Retraction Watch werd gepubliceerd, enkele dagen nadat de controversiële filosoof en zelfverklaarde “race realist” Nathan Cofnas het plagiaatverhaal naar buiten had gebracht. Uit het verhaal van Retraction Watch blijkt dat binnen academische kringen al jaren bezorgdheden circuleren over Ardays werk. Maar de instellingen waarvoor de socioloog had gewerkt (of werkte) én de uitgevers van de wetenschappelijke tijdschriften waarin hij had gepubliceerd, negeerden alle rode lichten. Zo werd een artikel dat Arday in 2018 had gepubliceerd in Social Sciences in 2023 offline gehaald en in een aangepaste versie in stilte opnieuw gepubliceerd. Cambridge wuifde de waarschuwingen weg als “pogingen om posities voor zwarte mensen te ondermijnen”.
Door die institutionele blindheid maakte Cambridge de weg vrij voor Nathan Cofnas, verbonden aan de Gentse universiteit, om dit verhaal naar buiten te brengen. Cofnas werd in 2024 zelf ontslagen als onderzoeker aan het Emmanuel College van Cambridge, nadat hij in een lange blogpost had beweerd dat er in een “echte meritocratie” geen zwarte proffen zouden overblijven aan Harvard, en dat zonder “wokisme” zwarte mensen “zouden verdwijnen van alle hooggeplaatste posities, behalve in sport en entertainment”.



