Op de verbindingsweg tussen Eupen en Sourbrodt rijden tankwagens met water, brandweerauto’s, een waterkanon van de federale politie en zelfs een militair blusvoertuig voor vliegtuigen af en aan. Het bos langs de weg is herschapen in een smeulend maanlandschap, de brandlucht is haast ondraaglijk.
“Zondagavond om 18 uur ben ik begonnen aan mijn shift en ik heb doorgewerkt tot 6 uur vanmorgen”, vertelt Stephan Lemaire (42). Hij is al twintig jaar brandweerman in Luik. Maar wat hij afgelopen nacht zag, vertelt hij, “heeft hij nog nooit in zijn leven gezien”. Lemaire: “En de brand is zeker nog niet onder controle, ook al heeft het vannacht geregend.”
Zijn gezicht en handen zitten helemaal onder de roetvegen, zijn werkuniform is zwartgeblakerd. Op zijn telefoon staan foto’s van de huizenhoge vlammen die hij afgelopen nacht te lijf ging. Hij toont ook het doek dat hij tijdens het blussen zo goed als het kon voor zijn mond hield, boven op zijn mondmasker. De ooit witte lap stof is helemaal zwart. “En dan nog denk ik dat ik in één nacht een jaar van mijn leven ben verloren, door alle rommel die ik tijdens het blussen heb ingeademd”, zegt Lemaire.
Bang was hij nooit, zegt hij. “We zijn erg goed georganiseerd. Ook de aanvoer van proviand verloopt vlot. Toch heb ik vanmorgen, na mijn shift, meteen mijn vrouw een bericht gestuurd, om haar te zeggen dat ik veilig ben. Zij heeft afgelopen nacht geen oog dichtgedaan.”
Lemaire maakt zich naar eigen zeggen meer zorgen over de aanvoer van bluswater. “De komende dagen zijn we hier volgens mij nog niet klaar. Het is cruciaal dat het bluswater blijft komen, anders krijgen we dit nooit opgelost.”
Een kilometer verderop, vlak bij de splitsing aan Mont Rigi, staat een ploeg brandweermannen uit Charleroi op wacht. Ze houden de gebluste stukken veen in de gaten om eventuele opflakkeringen meteen te lijf te kunnen gaan. “Als brandweerman twijfel je geen seconde wanneer je gevraagd wordt hierheen te komen, ook al is het gevaarlijk”, zegt Axel.
De brandweerman uit Charleroi, al achttien jaar in dienst, wil alleen met zijn voornaam in de krant. “Het blijft indrukwekkend om met eigen ogen te zien wat hier aan het gebeuren is. Maar tijd om daar lang bij stil te staan, is er niet.”


