“Je wil natuurlijk weten hoe ik aan dit mooie huis kom. Wel, ik heb het gekraakt!”, grinnikt Ina Koolhaas Revers terwijl ze me voorgaat in haar appartement vol reissouvenirs. In de jaren 80 trok ze hier met haar jonge gezin in. Haar man Hans en zij knapten het op en dwongen zo een woonvergunning af. Wie niet waagt, niet wint: het is de pittige Amsterdamse ten voeten uit.
“Toen ik mijn eerste crossfitwedstrijd deed, wist ik niet eens dat het dat was dat ik al vier jaar deed. Mijn coach Jinga (Gosschalk, ex-basketbalinternational voor Nederland, red.) had me overtuigd om toch een keer mee te doen. Voor ik het wist, eindigde ik boven aan de wereldranglijst. De hele sportschool had meegeleefd, ook de jongelui. Ik ken velen ondertussen zo goed dat ze me zelfs uitnodigen voor hun verjaardag.”
Terwijl ze me verse kersen voorzet, vertelt ze hoe ze op deze hete ochtend al om halfzeven ging trainen. “Ik begon zestien jaar geleden in de sportschool omdat ik niet langer kon hardlopen door kniepijn. Jinga zei toen dat ik bij haar spierversterkende oefeningen moest komen doen. Ik dacht: nee dank je. Personal training is een financiële aderlating, mijn generatie geeft aan zoiets geen geld uit. Maar Jinga regelde meteen een afspraak bij een aardige fysiotherapeut, die bevestigde dat ik met de juiste training snel van mijn problemen af zou zijn.”
Het is gek dat Revers zo goed naar haar coach luisterde, want de voormalige docente maatschappelijk werk is van het eigengereide soort. “Maar mijn coach is zo kundig dat ik alles doe wat ze me opdraagt. Ik grap vaak dat ze niet zou misstaan in Guantánamo Bay, maar eigenlijk is ze alleraardigst en vooral: zij kent mijn lijf het best. Ik weet nog dat ze op een gegeven moment zei: ‘En nu gaan we handenstand doen.’ O vreselijk, dacht ik, ze meent het. Het leuke is dat ze me altijd bijstaat tot ik iets kan.”
Zelfs de grootste beproeving in een mensenleven – een kind verliezen – draait Revers dus om. “Het is natuurlijk verschrikkelijk dat ik twee mannen én mijn zoon ben verloren. Blaise was amper 24 toen hij na zijn derde herval overleed. Maar mijn overheersende gevoel is dankbaarheid voor het ontzettend leuke, wijze kind dat ik had. Een jaar na zijn overlijden stond hier een meisje voor de deur dat vertelde dat ze veel aan hem had gehad. Ze leed aan anorexia en ik vermoed dat ze zijn vriendinnetje was. Hoe bijzonder is het dat ik haar leerde kennen en dat het intussen goed kwam met haar?”


