Teheran richt zijn pijlen op onder meer Amerikaanse of Israëlische media en media die door beide landen worden gefinancierd. Een nieuw wetsvoorstel, waarvan de algemene beginselen zondag werden goedgekeurd, dreigt in de toekomst te leiden tot een verbod voor Iraniërs om interviews te geven of te zelfs maar te communiceren met media die de Islamitische Republiek als vijandig beschouwt. De bedoeling is om de invloed van buitenlandse inlichtingendiensten tegen te gaan, aldus een parlementslid tegenover persbureau Mizan.
Nog niet alle details zijn helder. Voor het voorstel wet wordt, moet het parlement de tekst nog artikel per artikel goedkeuren. Daarna volgt een toetsing door de Raad van Hoeders, het machtigste politieke orgaan in Iran. Maar zoals het nu op tafel ligt, zouden interviews met of discussies in buitenlandse media verboden worden. Overtredingen kunnen leiden tot een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar.
Om het narratief te controleren en de informatiestroom vanuit Iran in te perken, zet Teheran al in op internetblokkades in crisistijd. Met de nieuwe wet kan het nog moeilijker worden om mensenrechtenschendingen bloot te leggen of diverse stemmen uit het land met ruim 90 miljoen inwoners te laten horen.
Teheran mikt op een systeem waarbij interviews met buitenlandse media eerst gemeld moeten worden bij het ministerie van Inlichtingen. Wanneer er contact is met ambassades, buitenlandse organisaties of andere niet-Iraanse instellingen zonder voorafgaande melding aan of schriftelijke toestemming van het ministerie van Buitenlandse Zaken, kan iemand een boete krijgen of zelfs sociale rechten verliezen. Samenwerking in brede zin mag alleen als de buitenlandse instelling op een goedgekeurde lijst staat.
Ook zijn er gevangenisstraffen tot 30 jaar, bedoeld voor beleids- of wetswijzigingen die onder leiding van buitenlandse inlichtingendiensten zijn doorgevoerd en die de veiligheid of onafhankelijkheid van Iran schaden. De zaken zouden behandeld worden door revolutionaire rechtbanken. Dat zijn rechtbanken die buiten het reguliere rechtssysteem vallen. Ze handhaven de ideologie van de Islamitische Republiek en worden breed bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties, omdat ze via vage aanklachten en oneerlijke processen burgers straffen of zelfs executeren.
Autocraten inspireren elkaar: het wetsvoorstel doet denken aan de Russische buitenlandse-agentenwet uit 2012, die was bedoeld om kritische stemmen uit de samenleving te weren. In Iran is het ook niet de eerste juridische stap die het volk verder dreigt te isoleren. Na de twaalfdaagse oorlog in juni vorig jaar, als gevolg van de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran, heeft Teheran de repressie opgevoerd. Het parlement nam toen een wet aan die strengere straffen oplegt voor vermeende samenwerking met vijandige staten.
Op grond van die wet werd de Iraanse fotojournaliste Yalda Moaiery eerder deze maand, op de dag van de Iraanse Nationale Dag van de Journalist, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar. Eerder werd de geroemde fotografe al achter de tralies gezet vanwege haar werk: in 2022 bracht ze drie maanden in de cel door, omdat ze verslag deed over de ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’-opstand. Moaiery werd tijdens de antiregeringsprotesten in januari ook opgepakt. Na het begin van de oorlog op 28 februari van dit jaar volgde opnieuw een huisbezoek.
In maart had Moaiery foto’s van de schade door Amerikaans-Israëlische luchtaanvallen gedeeld met CNN, vertelt ze aan Reuters. Ze werd ook door het Amerikaanse persagentschap geïnterviewd. Moaiery heeft nog tot eind deze week om in beroep te gaan tegen de beschuldigingen, maar zegt zelf dat het haar werk, vooral gericht op de ervaring van Iraanse vrouwen, niet zal ondermijnen. “Ik heb niets meer te verliezen. Het regime heeft alles van me afgenomen en het enige wat me nog rest, zijn mijn waarheid en eerlijkheid als waarnemer.”



