“On-Amerikaans.” Zo typeerde de Democratische gouverneur van Minnesota Tim Walz het optreden van federale agenten de afgelopen periode in zijn staat. In korte tijd vielen in de stad Minneapolis twee doden door geweld van immigratiediensten ICE en de Border Patrol. Renee Good en Alex Pretti, twee Amerikaanse staatsburgers die zich verzetten tegen de aanwezigheid van de vreemdelingenpolitie, werden op koelbloedige wijze gedood.

Sinds december voert de regering in die staat ‘Operation Metro Surge’ uit, als onderdeel van Trumps verkiezingsbelofte om migranten zonder geldige verblijfspapieren op te pakken en uit te zetten. Dat gaat gepaard met veel machtsvertoon en intimidatie. Gemaskerde agenten ontvoeren kinderen onderweg naar school, houden mensen staande op basis van hun huidskleur en bedreigen activisten die ongedocumenteerde inwoners waarschuwen. Het laatste incident in de nietsontziende klopjacht op migranten is de poging van een ICE-agent om het Ecuadoriaanse consulaat in Minneapolis binnen te dringen.

Deze opsomming is slechts het tipje van de sluier. Zoals schrijver Vinson Cunningham zich retorisch afvroeg in The New Yorker: “Als dit gebeurt terwijl we toekijken, wat gebeurt er dan op de plekken – in vliegtuigen en auto’s, in detentiecentra – waar niemand kijkt?’

De verontwaardiging zwelt intussen overal aan. “Wat zich de afgelopen maand in Minneapolis heeft afgespeeld, verraadt onze meest fundamentele waarden als Amerikanen”, reageerde voormalig president Joe Biden deze week. En zo zijn er meer prominente Amerikaanse politici, zowel aan Democratische als Republikeinse zijde, die de gewelddadige acties van de afgelopen weken als “on-Amerikaans” kwalificeren.

Het zou ergens geruststellend zijn geweest als dat werkelijk zo was. Maar de grootschalige immigrantenjacht is in de Verenigde Staten al jaren staand beleid. Elke Amerikaanse president heeft deze eeuw prioriteit gegeven aan een strikt immigratiebeleid dat verderging dan louter strenge controles aan de landsgrenzen. Smalend hield Karoline Leavitt, woordvoerder van het Witte Huis, tijdens een persconferentie een artikel van The Washington Post uit 2016 omhoog, met daarop de voormalige ICE-directeur die door president Barack Obama werd onderscheiden. Onder Obama’s presidentschap werd een recordaantal immigranten, soms met hele gezinnen tegelijk, uitgezet.

Het staat allemaal in schril contrast met waar opeenvolgende Amerikaanse presidenten (Trump uitgezonderd) prat op gingen: dat Amerika een land van immigranten is. De praktijk is weerbarstiger. In haar boek Conditional citizens uit 2020 toonde de Marokkaans-Amerikaanse schrijfster Laila Lalami aan dat migranten in de VS zelden met open armen worden ontvangen. De afgelopen decennia zijn het met name immigranten uit Zuid-Amerika, Afrika en Azië die een lange weg doorlopen van wantrouwen, conflict en aanpassing voordat ze enigszins als volwaardige burgers worden beschouwd. Ook met een Amerikaans paspoort moeten migranten en hun kinderen blijven vrezen voor hun verworven plek in de samenleving. De doorgaans goed geïntegreerde Arabische gemeenschap werd na de aanslagen van 11 september 2001 beschimpt en verdacht gemaakt.

De huidige situatie in de VS valt niet los te zien van de Amerikaanse reactie na 9/11. ICE werd in de nasleep van de aanslagen door president George W. Bush in het leven geroepen in het kader van de nationale veiligheid. De verregaande bevoegdheden en de financiering van federale diensten als ICE en de Border Patrol zijn sindsdien alleen maar uitgebreid. Terwijl het Amerikaanse leger in verre oorden de war on terror moest uitvechten, hadden deze politiediensten de taak om het gevaar ‘thuis’ aan te pakken. Massasurveillance, razzia’s en onrechtmatige detentie waren het gevolg. Vooral Amerikaanse moslims en ‘illegale’ immigranten kregen het zwaar te verduren. Zolang het bij die groepen bleef en de war on terror ver van huis werd gevoerd, konden de meeste Amerikanen er wel mee leven.

Maar wat veel Amerikaanse burgers onvoldoende begrepen, waren de langetermijnimplicaties van de buitenlandse oorlogen voor het thuisfront. Het zal velen wel zijn opgevallen dat de beelden uit Minnesota rijmen met die uit Bagdad ten tijde van de Amerikaanse bezetting van Irak. Niet alleen vanwege de zwaarbewapende agenten en de gemilitariseerde voertuigen, maar ook de ogenschijnlijke onaantastbaarheid en straffeloosheid van de federale diensten. Minnesota lijkt op bezet gebied en dat is exact wat het moet uitstralen. Trump zinspeelt er al geruime tijd op om de Insurrection Act in te roepen, de Amerikaanse wet om “binnenlandse rebellie” in de kiem te smoren.